![]() |
![]() |
![]() |
|
van België |
Dienst wetenschappelijke inlichtingen |
Planetarium |
I.-- 9 januari 2001,
totale maansverduistering,
zichtbaar in België.
Lengte hoogte
t.o.v. positie- te
FAZEN Wereldtijd Greenwich Breedte hoek Ukkel
--- --- --- --- --- ---
h m o ' o ' o o
Intrede van de maan in de bijschaduw 17 43,5 094 17 E 22 27 N 106 E +16
Intrede van de maan in de kernschaduw 18 42,1 080 17 E 22 26 N 114 E +25
Begin van de totale verduistering 19 49,5 064 08 E 22 24 N 144 E +35
Maximum van de verduistering 20 20,6 056 43 E 22 23 N 183 E +40
Einde van de totale verduistering 20 51,6 049 17 E 22 22 N 222 E +44
Uittrede van de maan uit de kernschaduw 21 59,1 033 08 E 22 19 N 251 E +53
Uittrede van de maan uit de bijschaduw 22 57,6 019 09 E 22 17 N 259 E +59
De lengte en de breedte hebben betrekking op het punt op aarde waar de maan zich op dat
ogenblik in het zenit bevindt. De positiehoek is die van de denkbeeldige lijn die het
midden van de maanschijf met het midden van de aardschaduw verbindt, en wordt gemeten in
het midden van de maanschijf, in tegenwijzerzin vanaf het noorden. Bij het begin en het
einde van de bij- en kernschaduwfaze is dit de positiehoek van het contactpunt. De hoogte
van de maan en de tijdstippen van maansopkomst en -ondergang worden bepaald door haar
middelpunt zonder rekening te houden met refractie.
Grootte van de verduistering: 1,194, als de middellijn van de maanschijf als eenheid
genomen wordt.

1 t/m 6 : vanuit deze gebieden is de intrede in de bijschaduw zichtbaar 2 t/m 7 : vanuit deze gebieden is de intrede in de kernschaduw zichtbaar 3 t/m 8 : vanuit deze gebieden is het begin van de totaliteit zichtbaar 4 t/m 9 : vanuit deze gebieden is het einde van de totaliteit zichtbaar 5 t/m 10: vanuit deze gebieden is de uittrede uit de kernschaduw zichtbaar 6 t/m 11: vanuit deze gebieden is de uittrede uit de bijschaduw zichtbaar 6 : vanuit dit gebied is de volledige verduistering waarneembaar 5 t/m 7 : vanuit deze gebieden zijn de kernschaduwfazen volledig waarneembaar 4 t/m 8 : vanuit deze gebieden is de totaliteit in zijn geheel waarneembaar.
II.-- 21 juni 2001,
totale zonsverduistering,
onzichtbaar in België.
Lengte
t.o.v.
FAZEN Wereldtijd Greenwich Breedte
--- --- --- ---
h m o ' o '
Begin van de verduistering 09 33,0 041 23 W 25 09 S
Begin van de totale verduistering 10 35,9 049 40 W 36 11 S
Begin van de centrale verduistering 10 37,1 050 02 W 36 37 S
Centrale verduistering op plaatselijke
schijnbare middag 11 57,8 000 59 E 11 36 S
Maximum van de verduistering 12 06,9 003 43 E 11 07 S
Einde van de centrale verduistering 13 30,3 055 14 E 26 45 S
Einde van de totale verduistering 13 31,6 054 51 E 26 18 S
Einde van de verduistering 14 34,3 045 28 E 15 02 S
De duur van de totaliteitsfaze langs de centraliteitslijn zal een maximum bereiken van
5m 02s in een punt gelegen op 3° oosterlengte en 11° zuiderbreedte.

P Gedeeltelijke zonsverduistering, zichtbaar. p Gedeeltelijke zonsverduistering, gedeeltelijk zichtbaar. T Totale zonsverduistering, waarvan de totale faze in zijn geheel waarneembaar is. t Totale zonsverduistering, waarvan de totale faze gedeeltelijk waarneembaar is.
III.-- 5 juli 2001,
gedeeltelijke maansverduistering,
onzichtbaar in België.
Lengte hoogte
t.o.v. positie- te
FAZEN Wereldtijd Greenwich Breedte hoek Ukkel
--- --- --- --- --- ---
h m o ' o ' o o
Intrede van de maan in de bijschaduw 12 10,9 177 02 E 23 25 S 063 E -
Intrede van de maan in de kernschaduw 13 35,1 156 41 E 23 25 S 043 E -
Maximum van de verduistering 14 55,2 137 21 E 23 24 S 360 E -
Uittrede van de maan uit de kernschaduw 16 15,3 118 00 E 23 24 S 317 E -
Uittrede van de maan uit de bijschaduw 17 39,7 097 38 E 23 23 S 297 E -
De lengte en de breedte hebben betrekking op het punt op aarde waar de maan zich op dat
ogenblik in het zenit bevindt. De positiehoek is die van de denkbeeldige lijn die het
midden van de maanschijf met het midden van de aardschaduw verbindt, en wordt gemeten in
het midden van de maanschijf, in tegenwijzerzin vanaf het noorden. Bij het begin en het
einde van de bij- en kernschaduwfaze is dit de positiehoek van het contactpunt. De hoogte
van de maan en de tijdstippen van maansopkomst en -ondergang worden bepaald door haar
middelpunt zonder rekening te houden met refractie.
Grootte van de verduistering: 0,499, als de middellijn van de maanschijf als eenheid
genomen wordt.

1 t/m 6 : vanuit deze gebieden is de intrede in de bijschaduw zichtbaar 2 t/m 7 : vanuit deze gebieden is de intrede in de kernschaduw zichtbaar 5 t/m 10: vanuit deze gebieden is de uittrede uit de kernschaduw zichtbaar 6 t/m 11: vanuit deze gebieden is de uittrede uit de bijschaduw zichtbaar 6 : vanuit dit gebied is de volledige verduistering waarneembaar 5 t/m 7 : vanuit deze gebieden zijn de kernschaduwfazen volledig waarneembaar
IV.-- 14 december 2001,
ringvormige zonsverduistering,
onzichtbaar in België.
Lengte
t.o.v.
FAZEN Wereldtijd Greenwich Breedte
--- --- --- ---
h m o ' o '
Begin van de verduistering 18 03,3 172 23 W 22 07 N
Begin van de ringvormige verduistering 19 08,1 175 38 E 29 55 N
Begin van de centrale verduistering 19 09,7 175 42 E 30 05 N
Centrale verduistering op plaatselijke
schijnbare middag 20 44,9 132 30 W 01 11 N
Maximum van de verduistering 20 46,9 131 58 W 01 01 N
Einde van de centrale verduistering 22 34,2 076 04 W 14 13 N
Einde van de ringvormige verduistering 22 35,8 076 05 W 14 01 N
Einde van de verduistering 23 40,7 088 46 W 06 06 N
De duur van de ringvormige faze langs de centraliteitslijn zal een maximum bereiken van
3m 48s in een punt gelegen op 127° westerlengte en 0° zuiderbreedte.

P Gedeeltelijke zonsverduistering, zichtbaar. p Gedeeltelijke zonsverduistering, gedeeltelijk zichtbaar. R Ringvormige zonsverduistering, waarvan de ringvormige faze in zijn geheel waarneembaar is. r Ringvormige zonsverduistering, waarvan de ringvormige faze gedeeltelijk waarneembaar is.
V.-- 30 december 2001,
maansverduistering door de bijschaduw,
onzichtbaar in België.
Lengte hoogte
t.o.v. positie- te
FAZEN Wereldtijd Greenwich Breedte hoek Ukkel
--- --- --- --- --- ---
h m o ' o ' o o
Intrede van de maan in de bijschaduw 08 25,5 127 01 W 24 10 N 131 E -
Maximum van de verduistering 10 29,4 156 45 W 24 12 N 178 E -
Uittrede van de maan uit de bijschaduw 12 33,2 173 34 E 24 14 N 225 E -
De lengte en de breedte hebben betrekking op het punt op aarde waar de maan zich op dat
ogenblik in het zenit bevindt. De positiehoek is die van de denkbeeldige lijn die het
midden van de maanschijf met het midden van de aardschaduw verbindt, en wordt gemeten in
het midden van de maanschijf, in tegenwijzerzin vanaf het noorden. Bij het begin en het
einde van de bij- en kernschaduwfaze is dit de positiehoek van het contactpunt. De hoogte
van de maan en de tijdstippen van maansopkomst en -ondergang worden bepaald door haar
middelpunt zonder rekening te houden met refractie.
Grootte van de verduistering: 0,919, als de middellijn van de maanschijf als eenheid
genomen wordt.
1 t/m 6 : vanuit deze gebieden is de intrede in de bijschaduw zichtbaar
6 t/m 11: vanuit deze gebieden is de uittrede uit de bijschaduw zichtbaar
6 : vanuit dit gebied is de volledige verduistering waarneembaar
Toelichtingen
De basisgegevens voor dit hoofdstuk werden ontleend aan de numerieke integratie DE200, ons
welwillend ter beschikking gesteld door het U.S. Naval Observatory. Om over te gaan van
Terrestrische Tijd (TT) naar Wereldtijd (UT) werd gebruik gemaakt van de volgende
voorlopige vergelijking:
UT = TT - 65,0 s
|
|
Last updated on 8 july 2003 by HL |