Totale Maansverduistering op 16 mei 2003, gedeeltelijk zichtbaar in België

Op vrijdag 16 mei 2003 is er een totale maansverduistering zichtbaar. De maan trekt door de schaduwkegel van de aarde. De maan komt al in de bijschaduw van de aarde om 1u05m en in de kernschaduw om 02u03m (UT). De totaliteit begint om 3u14m, en eindigt om 3u55m. Omdat de maan ondergaat om 4h01m te Ukkel (en de zon opkomt om 3h53m) kunnen we in België maar een deel van de maansverduistering observeren. In het begin van de verduistering staat de maan te Ukkel nog 17° boven de horizon, maar zij daalt snel naar de horizon toe. Deze maansverduistering kan in heel België waargenomen worden met het blote oog, met verrekijker of telescoop. Tijdens een totale maansverduistering blijft de maan nog zichtbaar. Lichtstralen van de zon die door de atmosfeer van de aarde worden gebroken, kunnen het verduisterde maanoppervlak nog bereiken en het een roodachtige kleur geven.

 

 
Lengte hoogte
t.o.v. positie- te
FAZEN Wereldtijd Greenwich Breedte hoek Ukkel
--- --- --- --- --- ---
h m o ' o ' o o
Intrede van de maan in de bijschaduw 01 05,4 018 38 W 18 03 S 125 E +17
Intrede van de maan in de kernschaduw 02 02,8 032 25 W 18 15 S 133 E +13
Begin van de totale verduistering 03 13,8 049 28 W 18 30 S 168 E +05
Maximum van de verduistering 03 40,1 055 48 W 18 36 S 200 E +02
Maansondergang te Ukkel 03 54,8 059 19 W 18 39 S 219 E 0
Einde van de totale verduistering 04 06,4 062 07 W 18 41 S 231 E -
Uittrede van de maan uit de kernschaduw 05 17,4 079 10 W 18 56 S 266 E -
Uittrede van de maan uit de bijschaduw 06 14,9 092 57 W 19 07 S 274 E -

De lengte en de breedte hebben betrekking op het punt op aarde waar de maan zich op dat ogenblik in het zenit bevindt. De positiehoek is die van de denkbeeldige lijn die het midden van de maanschijf met het midden van de aardschaduw verbindt, en wordt gemeten in het midden van de maanschijf, in tegenwijzerzin vanaf het noorden. Bij het begin en het einde van de bij- en kernschaduwfaze is dit de positiehoek van het contactpunt. De hoogte van de maan en de tijdstippen van maansopkomst en -ondergang worden bepaald door haar middelpunt zonder rekening te houden met refractie.

Grootte van de verduistering: 1,133, als de middellijn van de maanschijf als eenheid genomen wordt.

 

Eclipse totale de Lune, 16 mai 2003, visible en Belgique

Le vendredi 16 mai 2003 une éclipse totale de Lune sera visible. La Lune passera dans le cône d’'ombre de la Terre. La Lune entrera déjà dans la pénombre de la Terre à 01h05m et dans l'ombre à 02h03m (TU). La totalité commencera à 03h14m et se terminera à 03h55m. Parce que la Lune se couche à 04h01m et le Soleil se lève à 03h53m on ne peut observer qu'une partie de cette éclipse de Lune. Tout au début de l’'éclipse la Lune se trouvera à une hauteur de 17°, mais elle s'approchera rapidement de l’'horizon.

Cette éclipse peut être observée de toute la Belgique à l’'oeil nu ou avec des jumelles ou un télescope. Au cours d’'une éclipse totale de Lune, la Lune reste visible; les rayons lumineux de Soleil deviés dans l’'atmosphére terrestre peuvent encore atteindre la surface éclipsée de la Lune et lui donner une coloration rougeâtre.


                                                                                           
Longitude angle hauteur
Temps par rapport de à
PHASES Universel à Greenwich Latitude position Uccle
--- --- --- --- --- ---
h m o ' o ' o o
Entr'ee de la Lune dans la p'enombre 01 05,4 018 38 W 18 03 S 125 E +17
Entr'ee de la Lune dans l'ombre 02 02,8 032 25 W 18 15 S 133 E +13
Commencement de l''eclipse totale 03 13,8 049 28 W 18 30 S 168 E +05
Maximum de l''eclipse 03 40,1 055 48 W 18 36 S 200 E +02
Coucher de la Lune `a Uccle 03 54,8 059 19 W 18 39 S 219 E 0
Fin de l''eclipse totale 04 06,4 062 07 W 18 41 S 231 E -
Sortie de la Lune de l'ombre 05 17,4 079 10 W 18 56 S 266 E -
Sortie de la Lune de la p'enombre 06 14,9 092 57 W 19 07 S 274 E -

La longitude et la latitude se rapportent au point de la Terre où la Lune se trouve à cet instant au zénith. L'angle de position est defini à partir de la ligne imaginaire qui relie le centre du disque lunaire au centre de lómbre de la Terre. Il est mesuré au centre du disque lunaire, à partir du Nord, dans le sens inverse du mouvement des aiguilles d'une montre. Au début et à la fin des phases de pénombre et d'ombre, c'est l'angle de position du point de contact. La hauteur et les instants de lever et coucher de la Lune sont calculés pour son centre, sans tenir compte de la réfraction.

Grandeur de l'eclipse: 1,133, le diamètre du disque lunaire 'etant pris pour unité.

 

Some links:
Eclipse pages by Fred Espenak (NASA)
Bureau des longitudes (France)

Back to the FAQ .