Carte du Ciel

Wat is het project van de ”Carte du Ciel” (of Hemelkaart)?

Het betreft één van de eerste grote internationale projecten op het domein van de sterrenkunde. Gestart te Parijs in 1887, zal dit project een 18-tal sterrenwachten verspreid over de hele wereld laten samenwerken. Het doel is zeer ambitieus: een sterrenkundige kaart van de volledige hemel bij het begin van de XXste eeuw opstellen om zodoende nauwkeurige en objectieve documenten achter te laten voor de astronomen van de komende generaties. Deze zullen de kaarten kunnen vergelijken met de hemelopnames van hun tijd om de veranderingen in positie en helderheid van sterren waar te nemen. Elke plaat zal een gebied van 4 vierkante graden aan de hemel weergeven. Daar de hemelbol ongeveer 41.200 vierkante graden beslaat, en er ook overlappingen tussen de gebieden voorzien zijn, zullen er 20.600 platen moeten genomen worden. Dit is niet alles: de belichtingstijd zal telkens 30 min bedragen, en elke plaat zal tot driemaal toe belicht worden, zodat er in totaal 30.900 uren nodig zullen zijn alleen al voor het platenarchief. Elke sterrenwacht zal een eigen zone van de hemel fotograferen, terwijl de experimentele procedures overal identiek zullen moeten zijn wil men coherente resultaten bekomen. Elke deelnemende sterrenwacht zal daarom over een speciaal ontworpen telescoop kunnen beschikken naar het model van dat van Parijs. De platen zullen van glas gemaakt worden, met een zijde van 16 cm, daarna worden ze 2x vergroot en via de techniek van etsing tot kopergravures omgevormd, om dan overgezet te worden op papier. Dit titanenwerk zal meer dan 80 jaar duren, en zal uiteindelijk in 1970 stopgezet worden, hoewel het nog niet helemaal afgewerkt was.

Originele astrograaf zoals hij heden te zien is in het gebouw bijgenaamd “Hemelkaart”, opgericht in 1907, toen de sterrenwacht van Ukkel officieel deze van Postdam verving voor de realisatie van de Hemelkaart.

Geschiedenis en deelname van de KSB

Alles begint met de eerste toepassingen van de fotografische techniek op de hemelobjecten: de gebroeders Henry van de sterrenwacht van Parijs zijn de allereersten die een fotografische opname van sterren van hoge qualiteit maken. Hun directeur, Admiraal Mouchez, is zeer geïnteresseerd en laat een astrograaf bouwen in 1885. Ondertussen, aan de andere kant van de wereld, is ook David Gill, directeur van de sterrenwacht van Kaap de Goede Hoop (Brits imperium), erg geboeid door de astrofotografische techniek. Hij is het die de Admiraal voorstelt om een internationaal congres in te richten in 1887. François Folie, toenmalige directeur van de Koninklijke Sterrenwacht van België, is hierbij aanwezig maar het zal nog tot 1904 duren vooraleer België officieel zal deelnemen onder het directeurschap van Georges Lecointe. Pas in 1908 zal de astrograaf van de Hemelkaart in werking treden. Ondanks de twee grote oorlogen, de financiële problemen en de weersomstandigheden, zal de Sterrenwacht bijdragen tot in het jaar 1964 met een totaal van 1232 platen. Heden, worden de originele glasplaten, de koperetsen en de papieren afdrukken zorgvuldig bewaard in de archieven en is een project voor de digitalisatie volop aan de gang.

Erfenis van de Hemelkaart

Het project is nooit helemaal afgeraakt omwille van diverse redenen: politieke, financiële maar vooral omdat de duur ervan zwaar onderschat werd. België had gerekend op een totale duur van maximum 20 jaar, het werden er uiteindelijk 60! Dit is niet zo voor alle sterrenwachten geweest: vele zullen hun taak onafgewerkt stopzetten. Niettemin is de erfenis van het project indrukwekkend. Deze eerste internationale organisatie zal leiden tot de oprichting van de Internationale Astronomische Unie (IAU) in 1919, waaronder Commissie 23 die tot taak heeft gehad om het project van de Hemelkaart tot een goed einde te brengen.
De beschikbare data verzameld voor de Hemelkaart werden gebruikt in het kader van een aantal recente wetenschappelijke projecten. Een voorbeeld is de cataloog Tycho-2 van de ruimtezending Hipparcos: de oude sterrenposities uit het begin van de XXe eeuw hebben gediend voor de berekening van vrij nauwkeurige eigenbewegingen van sterren. Maar het gros van de data is nog steeds niet beschikbaar in digitaal formaat, en de exploitatie ervan blijft nog vrij bescheiden. Daarom hebben de sterrenkundigen van de Koninklijke Sterrenwacht een digitalisatieproject opgestart: dankzij een uniek meetapparaat dat op maat gebouwd werd, zullen de glasplaten ingescand kunnen worden met een nog nooit voordien bereikt scheidend vermogen! Dit zal toelaten om de enorme hoeveelheid aan data van de ”Carte du Ciel” volledig uit te baten. Misschien komen er nog wel enkele nieuwe ontdekkingen hieruit voort…


Ets van de astrograaf van Parijs die sterrenkundigen aan het werk toont. Het instrument is een fotografisch objectief van diameter 33 cm en een focaalafstand 3m 43 met een daarnaast parallel opgestelde visueel objectief van diameter 25 cm en een focaalafstand van 3m 60, dat dient om de referentiesterren gedurende een typische belichtingstijd van 20 tot 30 minuten te blijven volgen.

Originele fotografische glasplaat van de Hemelkaart genomen te Ukkel : elke ster wordt hierbij driemaal weergegeven door een drietal zwarte punten opgesteld volgens een gelijkzijdige driehoek met een zijde van 18/100 mm (1 punt per belichting, de plaat wordt tussen elke belichting lichtjes van positie gewijzigd).