|
Jean-Charles Houzeau de Lehaie (1820-1888) werkte
als jongeman al als vrijwilliger voor de Sterrenwacht van Brussel onder
de eerste directeur Adolphe Quetelet (1796-1874). In 1857 reisde
Houzeau naar de Nieuwe Wereld waar hij talrijke avonturen beleefde. Als
journalist speelde hij een rol in de strijd tegen de slavenhandel en kwam
hij op voor de rechten van de gekleurde medemens. Hij verbleef in San Antonio
en XVIth Range EAst (Texas), in New Orleans (Louisiana), in Matamoros
(Mexico), in Philadelphia (Pennsylvania) en in Ross View en Gordon Town
(Jamaica). Hij bleef steeds actief met sterrenkunde bezig en rapporteerde
trouw aan de Koninklijke Academie van België over zijn waarnemingen
en onderzoek. Hij reisde ook naar Panama en Peru om zijn sterrenatlas (Uranométrie
générale) te vervolledigen.
In 1876 werd Houzeau aangesteld als tweede directeur van de Koninklijke
Sterrenwacht. Hij was de initiatiefnemer voor de verhuis van de Sterrenwacht
van Brussel (Sint-Joost-ten-Node) naar Ukkel, die echter pas in 1890
plaatsvond.Houzeau was ook de drijvende kracht achter de Belgische expedities om de Venusovergang van 1882 te gaan waarnemen. Zelf ging hij naar San Antonio in Texas, samen met zijn collega's Albert Lancaster en Emile Stuyvaert, terwijl de astronoom Louis Niesten, samen met Charles Lagrange en Joseph Niesten naar Santiago in Chili reisden. Al in 1871 stelde Jean-Charles Houzeau voor om een Venusovergang te observeren met een heliometer met ongelijke objectieven. Hij wilde dit instrument gebruiken voor de Venusovergang van 1874 maar toen kon België geen expedities uitzenden. Voor de overgang van 1882 werd zijn toch wel zeer ingenieuze idee wel gebruikt en met elk van de twee expedities die België toen uitzond, ging een heliometer zoals uitgedacht door Houzeau mee. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Een van de twee heliometers werd omgebouwd tot een fotografische
kijker door de firma Grubb. Waar deze juist stond, is niet zeer duidelijk.
De andere werd in het toenmalige museum geplaatst en delen ervan (de telescoopbuis,
een deel van de voet, de behuizing van de tweede lens en het oculairdeel)
werden in de kelders van de Sterrenwacht teruggevonden. De halve grote
lenzen en één kleine halve lens werden steeds in het museum
bewaard samen met het projectiescherm. Ook het eindstuk (met de kleine
lens en een oculair) van de andere heliometer zijn nog aanwezig. Van
de monteringen die de verbinding vormden tussen de voet en de telescoopbuis
en voor het volgen van de zon aan de hemel moesten zorgen, ontbreekt op dit
moment elk spoor.
Terug naar de andere pagina's over de Venusovergang - Français
|
|
|
|
van België |
Planetarium
|