Twee wetenschappers van de Sterrenwacht in de top 2 % van meest geciteerde onderzoekers in de wereld

Twee wetenschappers van de Sterrenwacht in de top 2 % van meest geciteerde onderzoekers in de wereld


Stanford University heeft onlangs een lijst vrijgegeven die de top 2 % van de meest geciteerde wetenschappers in de wereld in verschillende disciplines weergeeft. De databank is opgezet om geactualiseerde analyses en een publiek toegankelijke database van topwetenschappers te bieden. Bijgewerkte databases en code zijn vrij beschikbaar in Mendeley (https://dx.doi.org/10.17632/btchxktzyw).

Deze top 2% lijst van meest geciteerde wetenschappers bevat 159.684 onderzoekers, waaronder 1413 wetenschappers die verbonden zijn aan Belgische instituten, waarvan er 9 in de top 10% staan in hun onderzoeksdomein. Twee van de onderzoekers die op de lijst zijn gekomen zijn van de Koninklijke Sterrenwacht van België: Martin Groenewegen en Véronique Dehant.

Volgens de Stanford ranking zijn Martin Groenewegen en Véronique Dehant op het gebied van Astronomie en Astrofysica respectievelijk de 400e en 1516e van 42 624 in de wereld. Bovendien komt Martin Groenewegen in deze lijst als meest geciteerde van de zes astronomen die verbonden zijn aan een Belgisch instituut!

Wij zijn trots op hun successen en feliciteren onze twee collega’s en degenen die hen steunen. We maakten van de gelegenheid gebruik om hen wat meer te vragen over hen en wat hen tot dit opmerkelijke punt in hun carrière heeft gebracht.

Proficiat Martin en Veronique en hartelijk dank dat u dit interview hebt aanvaard.

Kunt u ons meer over u vertellen? Wat is uw onderzoeksdomein?

Martin Groenewegen naast de grote refractor van de Koninklijke Sterrenwacht van België

Martin Groenewegen tijdens de Opendeurdagen 2018 van de Koninklijke Sterrenwacht van België. Credit: Martin Groenewegen

Martin Groenewegen: Ik ben een astronoom met twee hoofdgebieden van onderzoek. Het eerste is het gebruik van pulserende sterren om de afstandsschaal in het nabije heelal te bestuderen. Pulserende sterren zijn sterren die periodiek opzwellen en krimpen, wat hun helderheid beïnvloedt. Hun periode van helderheidsvariatie is direct gerelateerd aan hun intrinsieke helderheid, die astronomen absolute helderheid noemen. Door de absolute helderheid van de sterren te vergelijken met hun schijnbare helderheid op aarde, kan men hun afstand berekenen. Daarom worden pulserende sterren veel gebruikt om de afstand tot nabije sterren en sterrenstelsels te meten. Mijn tweede onderzoeksgebied is de studie van stellaire winden en het massaverlies van rode reuzensterren, die zonachtige sterren zijn aan het eind van hun leven. In de koele gebieden dicht bij de reus vormen zich stofdeeltjes die door de sterke straling van de ster naar buiten worden gedreven. Op deze wijze verliezen sterren zoals de zon aan het eind van hun leven 40% van hun massa en verrijken zij het interstellaire medium waaruit nieuwe generaties sterren worden geboren.

Véronique Dehant voor een bord gevuld met berekeningen van de rotatie van de aarde.

Véronique Dehant voor een bord gevuld met berekeningen van de rotatie van de aarde. Credit: Véronique Dehant

Véronique Dehant: Ik bestudeer de aarde en andere aardse planeten en manen van het zonnestelsel, zoals de planeet Mars. Ik en mijn team modelleren en bestuderen de rotatie van die planeten: hoe snel draaien ze om zichzelf, hoe hun rotatiesnelheid varieert en hoe de richting van hun rotatieas verandert. Al die variaties hangen af van de invloed van andere hemellichamen en van het binnenste van de planeet. Waarnemingen aan de rotatie van planeten kunnen ons, in combinatie met wiskundige modellen, informatie geven over hun binnenste. Zoals een rauw ei niet op dezelfde manier draait als een hardgekookt ei, zo zal een planeet met een vloeibare kern anders draaien dan een planeet met een harde kern. Om de rotatie en het binnenste van planeten te bestuderen, hebben we niet alleen wiskundige modellen nodig, maar ook instrumenten om ruimtelijke waarnemingen uit te voeren, met kunstmatige satellieten die rond een planeet of een maan draaien of instrumenten die op het oppervlak van de planeet of de maan zijn geplaatst. Dergelijke instrumenten worden ingezet binnen ruimtelijke missies waarin veel internationaal wordt samengewerkt.

Hoe bent u onderzoeker geworden? Waarom hebt u deze weg gekozen?

M. G.: Ik was goed in wiskunde en natuurkunde op de middelbare school en las boeken over astronomie. In mijn laatste jaar vroeg ik mijn natuurkundeleraar of hij dacht dat ik natuurkunde zou kunnen gaan studeren. Hij zei “ja”!
V. D.: Ik heb altijd willen leren: astronomie en geofysica trokken mij aan. Ik was geïnteresseerd in het beantwoorden van wetenschappelijke vragen en ik was ook erg sterk in wiskunde. Ik had hoge cijfers op de universiteit, zodat men mij voorstelde om een doctoraat te doen en ik was blij dat ik dit kon aanvaarden en dat ik een F.R.S.-FNRS-beurs kreeg. [N.v.d.r.: het F.R.S.-FNRS (Fonds de la Recherche Scientifique) is een Belgische organisatie die tot doel heeft het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in het deel van België dat tot de Franse Gemeenschap behoort, te ontwikkelen.]

Wat zijn de momenten die u persoonlijk hebben gemarkeerd in uw onderzoeksactiviteit? Wat zijn, volgens u, de mijlpalen van uw carrière?

Martin Groenewegen tijdens een running sportevent.

Martin Groenewegen tijdens een running sportevent. Credit: Martin Groenewegen

M. G.: Ik leidde de inspanning om de eerste midden-infraroodspectra van Asymptotische Reuzentaksterren buiten ons Melkwegstelsel te detecteren om de eigenschappen van silicaatstof te bestuderen. [N.v.d.r.: Asymptotische Reuzentaksterren zijn zonachtige sterren aan het eind van hun leven, wanneer ze rode reuzenster worden.] Het betrof een nieuwe samenwerking, met gebruikmaking van een uniek instrument, een 4 meter telescoop in Australië, en het werd gepubliceerd als een “Letter” [N.v.d.r.: Een « Letter » is een kort artikel wat belangrijk onderzoek beschrijft]. Het hele proces was bevredigend en typisch voor hoe astronomie werkt.

V. D.: In discussie met wetenschappelijke vrienden, ontdekte ik dat wat ik over de aarde deed, ook toegepast kon worden op de planeet Mars. Vanaf dat moment ging mijn onderzoek die extra richting uit. Ook de ontwikkeling van een ruimte-instrument, LaRa (Lander Radioscience) aan boord van de volgende ExoMars-missie van ESA/Roscosmos, was een prestatie die mij heeft gemarkeerd. Een andere mijlpaal in mijn carrière houdt verband met het verkrijgen van een ERC-beurs voor het doen van mijn eigen onderzoek. [N.v.d.r.: De ERC (European Research Council) is een financieringsorganisatie die onderzoeksinitiatieven tussen EU-lidstaten coördineert.] Last but not least was mijn nominatie bij de Académie royale de Belgique (1) een grote eer voor mij en (2) een manier om andere interessante discussies te bereiken in domeinen zoals andere wetenschappelijke domeinen, technologie, sociologie, filosofie, kunst…

Wat zijn de nieuwe uitdagingen die u in de komende jaren of in de verre toekomst te wachten staan?

Véronique Dehant maakt een wandeling met haar paard in het bos.

Véronique Dehant maakt een wandeling met haar paard in het bos. Credit: Véronique Dehant

M. G: De laatste jaren is er steeds minder geld beschikbaar voor fundamenteel onderzoek in België. Drie van de Nobelprijzen in de fysica van de voorbije vier jaar hielden verband met astronomie (zwarte gaten, extra-zonne planeten, gravitatiegolven). Deze onderwerpen hebben geen enkele impact op ons dagelijks leven of onze maatschappij, maar fascineren toch miljarden mensen over de hele wereld. Meer praktisch gaat de lancering van ongeveer 100 000 satellieten door Starlink, OneWeb en vele andere consortia in het komende decennium een uitdaging vormen voor de astronomie op de grond, zowel de amateur als professionele sterrenkunde, omdat elk beeld wat men neemt deze satelliet zal laten zien.

V. D.: Mijn volgende grote uitdaging is om LaRa op Mars te “zetten”. We moeten nog minstens een jaar wachten, want de lancering is gepland voor september 2022 en de landing voor midden 2023. De komende jaren zal ik helpen bij de ontwikkeling van een routekaart voor deze toekomstige missieoperatie, waarin mijn team een rol zal spelen. Er zullen nog andere ruimtemissies zijn die we voorbereiden, waaronder JUICE-missie naar de manen van Jupiter (JUpiter Icy Moon Explorer, lancering gepland in 2022). Wat de rotatie van de aarde betreft, zal het team dat ik leid de rotatie blijven bestuderen en modellen maken van het binnenste van de aarde. Ten slotte hoop ik dat federale instituten zoals de Koninklijke Sterrenwacht van België hun financiering niet zullen verliezen en ook in de toekomst zullen worden gesteund, anders kunnen onderzoek en diensten niet worden ontwikkeld zoals gewenst. Ik denk dat wat wij doen belangrijk is voor de wetenschappelijke gemeenschap en de maatschappij in het algemeen.

Wat beschouwt u als het beste of het slechtste aspect van wetenschappelijk onderzoek (op uw vakgebied)?

M. G.: Astronomie is een klein vakgebied met wereldwijd tienduizenden professionele wetenschappers. Samenwerkingsverbanden zijn bijna altijd internationaal, en de conferenties over de hele wereld zijn zeer stimulerend. Je ontmoet mensen die dezelfde interesse delen, onafhankelijk van ras, huidskleur of geslacht.
Wat het slechtste aspect betreft, is dat de eeuwige concurrentie voor geld, projecten, waarnemingstijd. Het is deel van het werk, maar het kan soms frustrerend zijn.

V. D.: Wetenschappelijk onderzoek is een collectief werk, en op mijn vakgebied gaat het om wereldwijde samenwerking en permanente uitwisseling, die zeer vruchtbaar is. Door mijn werk en door uitwisselingen met andere onderzoekers kan ik inzicht krijgen in de fysica en de processen die verband houden met de rotatie en het binnenste van planeten.
Ik zie niet echt negatieve punten in onderzoek, behalve misschien de tijd die het kost om een experiment of een volledig model zoals voor de kern van een planeet te ontwikkelen, of het bouwen van een ruimte-instrument. Dat kan frustrerend zijn als je zo spoedig mogelijk data wil krijgen.

Wat is, naast uw werk, het belangrijkst voor u? Wat zijn uw hobby’s?

M. G.: Ik lees graag over geschiedenis, reizen en sport (hardlopen).

V. D.: Mijn familie en mijn vrienden. Ik geniet ervan om bij hen te zijn. Als hobby beoefen ik paardrijden.

Als u nooit wetenschapper was geworden, wat denkt u dat u dan geworden zou zijn?

M. G.: Als mijn natuurkundeleraar 38 jaar geleden “neen” zou hebben gezegd, zou ik misschien econometrie zijn gaan studeren, het grensgebied van economie met modellering en wiskunde.

V. D.: Arts. Ik hou ook echt van dat beroep. Het is ook vragen oplossen en problemen hanteren om met en voor de mensen op te lossen.

Wat zou u tegen jongeren zeggen die voor een wetenschappelijke loopbaan willen kiezen?

M.G.: Met een master of doctoraat in de fysica zijn er al heel wat interessante loopbanen mogelijk buiten het vakgebied. Als je echt een academische carrière wilt, dan moet je “all-in” gaan.

V. D.: Ga ervoor. Aarzel niet. De wetenschap heeft je nodig. Voor onderzoek moet je nieuwsgierig, gepassioneerd, intuïtief, energiek en hardwerkend zijn. Je hoeft geen genie te zijn, maar je moet wel gepassioneerd en toegewijd zijn aan je werk.